Loopdrang

Afgelopen herfst – Ik ben druk bezig in de voortuin. Pff, zelfs in de herfst blijft het onkruid maar tussen de tegels groeien. Geconcentreerd probeer ik het er tussenuit te peuteren. Ondertussen hoor ik in de verte een vreemd, ritmisch geluid, die me toch ook bekend voorkomt. Wanneer het geluid steeds dichterbij komt, zie ik waar het vandaan komt. Aan de overkant van de straat loopt een oude man achter zijn rollator. Het vreemde geluid komt door zijn manier van lopen; het typische voorovergebogen sloffen en schuifelen van iemand met Parkinson. Daarnaast heb ik, door alles wat ik zie, het vermoeden dat meneer zeer waarschijnlijk dementie heeft. Een ‘niet pluis’ gevoel bekruipt mij.

Ik zie dat de man contact maakt met mijn overbuurman, die net zijn auto in wil stappen en die er zich zo te zien geen raad mee weet. Ik besluit om polshoogte te gaan nemen. “Hulp nodig, mannen?”, vraag ik.
“Ja … ken jij deze meneer? Het lijkt alsof hij me wat wil vragen, maar ik kan niet verstaan wat hij zegt.”
“Ik ken hem niet, maar heb wel een vermoeden waar hij vandaan komt”, antwoord ik.
Sinds kort zit er hier een paar straten verderop een kleinschalige woonvorm voor mensen met dementie; de Tulpenhof*. Gezien mijn eerste observaties en de grote naamsticker die pontificaal op zijn rollator is geplak (Wim Gorter*) heb ik het vermoeden dat meneer daar woont en … nu op ontdekkingstocht is door de wijk.

“Hallo Wim!”, zeg ik enthousiast. “Lekker aan de wandel?”
Verdwaasd kijkt hij mij aan.
“Kan ik je ergens bij helpen?”, vraag ik vervolgens.
Wederom geen reactie. Blijkbaar heeft hij de interesse in ons verloren, want hij loopt weer verder.

Toch heb ik er geen goed gevoel bij. Door de avondspits is het hartstikke druk op de weg en het wordt zo donker. “Zal ik eens informeren of meneer bij de Tulpenhof woont?”, stel ik voor.
“Heel graag! Red jij je alleen, want ik moet nu echt naar mijn afspraak toe.”
“Ik zal mijn dochter wel even vragen om me te helpen, komt goed.”

Terwijl mijn buurman de straat uitrijdt en de oude man al bijna de bocht om is, loop ik snel terug naar huis om mijn dochter te roepen.
Nadat ik haar kort heb bijgepraat, zoeken we samen meneer weer op. Poeh, hij is alweer een stuk verder. Ondertussen zoek ik op internet het telefoonnummer van de Tulpenhof op en bel het nummer.
“Woont Wim Gorter toevallig bij jullie?”, vraag ik maar.
Ze vertelt dat hij daar inderdaad woont en tien minuten geleden naar buiten is gelopen. Aangezien het een ‘open instelling’ is, mocht ze hem niet tegenhouden om naar buiten te gaan. Echter, door de personele bezetting, konden ze ook niet met hem meelopen. Ze vertelt dat ze zojuist zijn dochter al heeft gebeld, die nu deze kant op komt om haar vader te zoeken. Ik stel voor dat wij meneer wel even terug komen brengen.

Terwijl mijn dochter bij Wim blijft, haal ik onze auto op.
“Zin om een stukkie te toeren?”, vraag ik aan Wim wanneer ik terug ben.
Zo te zien wil hij dat wel, want hij loopt al naar de auto. Ik help hem in de auto en leg zijn rollator in de kofferbak. Met z’n drieën rijden we terug naar de Tulpenhof om meneer weer ‘thuis’ te brengen. Dat we maar een klein stukje zijn wezen toeren, lijkt meneer niet erg te vinden. Nadat we hem de auto uit hebben geholpen, schuifelt hij weer naar het hek (waar een zuster hem op zit te wachten). “Fijn dat je er weer bent Wim, het eten is klaar.”
De zuster bedankt ons vriendelijk en loopt samen met Wim weer naar binnen.

Een maand later zie ik Wim weer wandelen. Dit keer niet bij ons in de straat, maar op het werk. Gezien de extreme loopdrang van meneer hebben ze besloten om meneer te verhuizen naar de gesloten afdeling van het verpleeghuis waar ik werk. Een plek waar Wim naar hartenlust kan lopen achter zijn rollator, zonder dat hij kan verdwalen of aangereden kan worden door auto’s.

VerpleegThuis: Het is fijn dat mensen zoals Wim kunnen wonen en leven op een plek waar ze veilig kunnen zijn en waar voldoende ruimte is om te lopen. Toch is er de laatste tijd steeds meer discussie over de vraag of het wel goed is om mensen met dementie ‘op te sluiten’ op een gesloten afdeling. Teun Toebes is een belangrijke ambassadeur die zich inzet voor verandering. Hij vindt dat iedereen recht heeft op een mooie, gelijkwaardige en inclusieve samenleving en deze niet van je afgepakt mag worden door een enkele diagnose. In zijn boek (echt een leestip!) beschrijft hij hoe dit anders kan, pleit hij voor een open en inclusieve samenleving voor iedereen; dat is zijn doel!

Ik kan me hier zeker in vinden en vind zijn kijk op de zorg echt inspirerend. Door te blijven zoeken naar mogelijkheden en door het leveren van maatwerk (blijf de mens zien!), kunnen we het leven van mensen met bijvoorbeeld dementie mooier maken … kunnen we ervoor zorgen dat ook deze mensen hun waardigheid behouden en een volwaardig mens mogen en kunnen voelen. Ik hoop dat het Teun/ons gaat lukken om dit voor elkaar te krijgen!

*Namen zijn fictief, foto van internet

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *