Net wanneer ik Anja uit de rolstoel wil halen, zie ik hem: een hele grote spin. Je weet wel, zo’n enorme engerd die in het voorjaar de kelder uitkruipt, op zoek naar een partner. Ook nu vond hij het schijnbaar nodig om uit de kelder te komen.
Gestaag loopt hij over haar heen, brrr! Menig mens zal alles bij elkaar gillen, maar Anja heeft gelukkig niets in de gaten. Ze heeft een ernstig meervoudige beperking, ze zal niet eens beseffen wat een spin is. Toch wil ik haar zo snel mogelijk bevrijden van deze griezel.
Ik ben niet zo’n fan van spinnen … maar er is geen kat hier in huis die hem voor mij uit de weg kan ruimen (ik ben ook niet zo’n fan van katten) … ik zal het zelf moeten doen.
Dus neem ik de rolstoel met Anja er nog in mee de gang op. Daar pak ik een handdoek en sla de spin, die inmiddels op de armleuning zit, van de rolstoel af. Op de grond geef ik er nog een paar ferme klappen op. De spin is plat. Brrr … dat hebben we overleefd.
Die nacht gebeurt er wat geks. Ik ben inmiddels weer gewoon thuis en lig op bed te slapen.
“Wat doe jij nou”, hoor ik mijn vriendin naast mij zeggen. Ik ontdek dat ik niet meer in m’n bed lig, maar er opeens naast sta. Een vage herinnering bekruipt me dat ik uit bed gestruikeld ben, mijn vriendin bevestigd dat: “Na wat gekke geluiden sprong je opeens het bed uit.”
Dan weet ik het weer … ik droomde weer over die spin. Alleen was die nu nog veel groter en kroop die niet over Anja, maar over mij heen. Brrr … gelukkig was het maar een droom en ben ik niet gewond geraakt tijdens mijn verwoede poging te vluchten voor deze nachtmerrie. En na wat aarzelen, me afvragend of er echt geen spin in bed zit, stap ik toch mijn bed weer in. Welterusten!
